05 – Piet Boon 21 jaar (QR1002 NL)

05 – Piet Boon 21 jaar (28 september 1918 – 10 mei 1940)

Dpl. sgt. rtf. Piet Boon
28 september 1918 – 10 mei 1940
Bijdrage C.A. Hoefnagel:

Piet Boon en mijn vader, Kees Hoefnagel, waren goede vrienden en collega’s, beiden opgeleid op Soesterberg en in mei 1940 ingedeeld als radiotelegrafist op de Fokker T.V bommenwerper nr. 854 van de Bombardeer Vliegtuig Afdeeling (Bom.V.A.) op Schiphol. Er waren vier escadrilles A, B, C en D, die ieder uit drie toestellen bestonden en de 854 was toestel A I, d.w.z. dat dit toestel bij alarm als eerste moest starten.
Na op 10 mei 1940 rond 04.00 uur deelgenomen te hebben aan het luchtgevecht boven Schiphol en rond 07.00 aan het bombardement van vliegveld Ockenburg bij Den Haag, kreeg de 854 om 13.00 het startbevel om, samen met de 862 en de 856, het vliegveld Waalhaven bij Rotterdam te bombarderen, dat sinds vroeg in de ochtend in handen van de Duitsers was.

In zijn oorlogsdagboek ‘Bommen op Schiphol’ beschrijft Kees Hoefnagel hoe sergeant Piet Boon op het laatste moment zijn plaats in de 854 heeft ingenomen:
“Automatisch loop ik al naar onze trouwe 854, maar dan blijkt het, dat we worden afgelost door de reserve-bemanning. Daar komt Piet Boon me al achterna loopen en roept me toe: “Nou, Kees, ik kom je aflossen. Jij hebt al drie vluchten gemaakt en ik nog geeneen, dus nu is het mijn beurt”. Ik antwoord hem, dat hij zoo kan instappen, alles is klaar aan boord, en hij kan gerust mijn vliegspullen gebruiken, want die heb ik toch niet noodig als hij er met mijn kist vandoor gaat. Ik geef hem daarna nog een paar wenken voor een eventueel luchtgevecht en wensch hem een behouden terugkeer toe. Dan stappen allen in en even later daveren de drie zware kisten achter elkaar laag over ons heen en verdwijnen in Zuidelijke richting.”

“Tegen twee uur hooren we het geronk van een T5 vliegtuig. Dat zal onze escadrille zijn, die naar Waalhaven is geweest, denk ik, en ja, daar komt de 856 al over ons heenglijden en strijkt kalm aan de grond. Zijn motoren zwijgen en dan mis ik meteen het geluid van de beide andere vliegtuigen. Waar zijn ze dan? Ik zoek de hemel af, maar er is nergens een vliegtuig te zien.
Daar zie ik den vlieger Abspoel uitstappen, hij kijkt heel ernstig, zoodat ik met ontzetting plotseling de waarheid raad. Op mijn verschrikte vraag, waar de beide andere kisten zijn, kijkt hij me even ernstig aan en zegt dan toonloos: “Beide brandend neergeschoten”.
Arme jongens, zij waren zoo jong en overmoedig. In mijn gedachten zie ik voor me, hoe Piet vol goede moed mijn plaats innam, op dat moment hadden we geen oogenblik het idee, dat hij mogelijk niet zou terugkeeren. In ons jonge vertrouwen hadden wij steeds het idee, dat het geluk mèt ons was, omdat wij vochten uit zelfverdediging met het recht aan onze zijde.
Later in de middag hoor ik, dat de escadrille eerst met goed gevolg haar bommen op Waalhaven had afgeworpen, doch zich daarna verwoed moest verdedigen tegen een geweldige overmacht van Duitsche jagers. Bij de hevige luchtgevechten stortten de 854 en 862 kort na elkaar brandend omlaag bij Oud-Beijerland, terwijl de 856 licht beschadigd naar Schiphol wist te ontkomen. Na het verhaal zijn we allen diep onder de indruk, maar wij moeten voort.”

Beschreven in het boek ‘Silent Key’ van Cornelis A. Hoefnagel, 2020 Uitgeverij Geromy bv, ISBN 978-90-828581-7-4.

Ook onderstaande foto’s komen uit dit boek (met dank aan Cornelis A. Hoefnagel):

Kees Hoefnagel en Piet Boon

Radiotelegrafisten Soesterberg, 1938

Grebbeberg, graf Piet Boon

02 – Crashlocatie Oud-Beijerland: klik hier

2 Comments

Add a Comment
  1. Cornelis A. Hoefnagel

    Piet Boon en mijn vader, Kees Hoefnagel, waren goede vrienden en collega’s, beiden opgeleid op Soesterberg en in mei 1940 ingedeeld als radiotelegrafist op de Fokker T.V bommenwerper nr. 854 van de Bombardeer Vliegtuig Afdeeling (Bom.V.A.) op Schiphol. Er waren vier escadrilles A, B, C en D, die ieder uit drie toestellen bestonden en de 854 was toestel A I, d.w.z. dat dit toestel bij alarm als eerste moest starten.
    Na op 10 mei 1940 rond 04.00 uur deelgenomen te hebben aan het luchtgevecht boven Schiphol en rond 07.00 aan het bombardement van vliegveld Ockenburg bij Den Haag, kreeg de 854 om 13.00 het startbevel om, samen met de 862 en de 856, het vliegveld Waalhaven bij Rotterdam te bombarderen, dat sinds vroeg in de ochtend in handen van de Duitsers was.

    In zijn oorlogsdagboek ‘Bommen op Schiphol’ beschrijft Kees Hoefnagel hoe sergeant Piet Boon op het laatste moment zijn plaats in de 854 heeft ingenomen:
    “Automatisch loop ik al naar onze trouwe 854, maar dan blijkt het, dat we worden afgelost door de reserve-bemanning. Daar komt Piet Boon me al achterna loopen en roept me toe: “Nou, Kees, ik kom je aflossen. Jij hebt al drie vluchten gemaakt en ik nog geeneen, dus nu is het mijn beurt”. Ik antwoord hem, dat hij zoo kan instappen, alles is klaar aan boord, en hij kan gerust mijn vliegspullen gebruiken, want die heb ik toch niet noodig als hij er met mijn kist vandoor gaat. Ik geef hem daarna nog een paar wenken voor een eventueel luchtgevecht en wensch hem een behouden terugkeer toe. Dan stappen allen in en even later daveren de drie zware kisten achter elkaar laag over ons heen en verdwijnen in Zuidelijke richting.”

    “Tegen twee uur hooren we het geronk van een T5 vliegtuig. Dat zal onze escadrille zijn, die naar Waalhaven is geweest, denk ik, en ja, daar komt de 856 al over ons heenglijden en strijkt kalm aan de grond. Zijn motoren zwijgen en dan mis ik meteen het geluid van de beide andere vliegtuigen. Waar zijn ze dan? Ik zoek de hemel af, maar er is nergens een vliegtuig te zien.
    Daar zie ik den vlieger Abspoel uitstappen, hij kijkt heel ernstig, zoodat ik met ontzetting plotseling de waarheid raad. Op mijn verschrikte vraag, waar de beide andere kisten zijn, kijkt hij me even ernstig aan en zegt dan toonloos: “Beide brandend neergeschoten”.
    Arme jongens, zij waren zoo jong en overmoedig. In mijn gedachten zie ik voor me, hoe Piet vol goede moed mijn plaats innam, op dat moment hadden we geen oogenblik het idee, dat hij mogelijk niet zou terugkeeren. In ons jonge vertrouwen hadden wij steeds het idee, dat het geluk mèt ons was, omdat wij vochten uit zelfverdediging met het recht aan onze zijde.
    Later in de middag hoor ik, dat de escadrille eerst met goed gevolg haar bommen op Waalhaven had afgeworpen, doch zich daarna verwoed moest verdedigen tegen een geweldige overmacht van Duitsche jagers. Bij de hevige luchtgevechten stortten de 854 en 862 kort na elkaar brandend omlaag bij Oud-Beijerland, terwijl de 856 licht beschadigd naar Schiphol wist te ontkomen. Na het verhaal zijn we allen diep onder de indruk, maar wij moeten voort.”

    Beschreven in het boek ‘Silent Key’ van Cornelis A. Hoefnagel, 2020 Uitgeverij Geromy bv, ISBN 978-90-828581-7-4.

  2. Prachtig verhaal maar helaas met een triest slot.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *